Cultuurprofielschool
 

Op Jacob van Liesveldt wordt veel aandacht besteed aan kunst en cultuur in de kunstvakken en in de andere vakken. Kunst & cultuur is een van de pijlers in ons onderwijs. Bij de vakken beeldende vormgeving, ckv, ckv-junior, muziek en kunst beeldende vorming wordt stilgestaan bij de kunstdisciplines film, theater, dans, beeldend, literatuur, mode & design, moderne media, muziek en erfgoed.
Ook bij de vakken die verwantschap hebben met de kunstvakken, zoals Nederlands, geschiedenis, informatiekunde, informatica, de moderne vreemde talen Duits, Frans en Engels komen deze disciplines aan bod.

CKV

CKV betekent Culturele Kunstzinnige Vorming. Bij dit vak houden we ons bezig met kunst en cultuur.  De lessen en het lesmateriaal gaan over film & tv, dans, theater, architectuur, erfgoed (regio), muziek en literatuur. Er zijn excursies naar Antwerpen, Lille, Amsterdam en Den Haag.

CKV- junior

Culturele kunstzinnige vorming- junior wordt in de onderbouw gegeven. Tijdens de introductiedagen voor de brugklassen maken de leerlingen kennis met elkaar en met de vakken. De leerlingen krijgen in deze week ook een voorproefje op het vak CKV-junior: ze volgen een dag theaterlessen. Als afsluiting is er een uitvoering op het podium.
De kunstdisciplines film, theater, muziek, beeldende vorming, mode&design, dans, eigentijdse media, jeugdliteratuur, urban culture en cultureel erfgoed staan op het lesprogramma van CKV-junior.
Het vak wordt in klas 1 en 2 gegeven in het leergebied kunst&cultuur. Binnen dit leergebied werkt CKV-junior samen met beeldende vorming, muziek en informatiekunde. De lessen van deze vakken worden op elkaar afgestemd. CKV-junior is een vak waarin ook eigen ideeën voorop staan!

KCV

In de bovenbouw van het gymnasium houden de leerlingen zich bezig met twee steden: Rome en Athene. Het ene jaar reizen zij tijdens de lessen fictief door Italië, het andere jaar verblijven zij in gedachten in Griekenland.
Zij maken kennis met de literatuur, bestuderen het Pantheon, het Colosseum, het Capitool. Zij betreden devoot de St. Pieter, Latheranen en gooien natuurlijk een munt in de Trevi-fontein.
En dan Griekenland. Op afstand bewonderen zij de Acropolis, verbazen zij zich over de opvattingen van Plato en Socrates en zijn zij geroerd door een gipsafgietsel van een slachtoffer in Pompei.
En het ene jaar zitten zij daadwerkelijk in de bus naar Rome en het andere jaar stappen zij echt in het vliegtuig naar Griekenland.